'Heb je een goed boek bij je?' vroeg Riemer. Ja, dat had ik, want er werd in ieder geval tot zaterdag regen voorspeld. Maar toch reden Riemer, Robin en ik woensdagavond 28 februari weg bij Bjoeks voor vijf dagen Bleau. Het eerste wat ik leerde van dit weekend: Als Robin achter het stuur zit, hebben we haast. Met een lekkere vaart en veel wat gevloek van Robin ('Ga nou aan de kant, verdomme' 'Stomme kut vrachtwagens') reden we naar de Mac bij Hazeldonk. Even eten en weer verder. De auto ging hard, ook langs Kortrijk. Zo kwamen we om half twee aan op de camping in Gree sur Loeé. Het was droog en warm: wat nou regen? Om twee uur lagen we in de slaapzak en begon de regen.
De regen werd storm die tot de volgende morgen door ging.
We hadden geen zin om op de natte camping te ontbijten dus gingen we naar de Carrefoer. Na een kop koffie en wat eten waren we wakker en liepen we door de Decatlon. Na elke muts, fiets, gewicht, borstel, horloge, zonnebril en helm uit te hebben geprobeerd kwamen we met drie paardenborstels, twee mutsen, een horloge en een broek weer naar buiten. Daar scheen de zon en we besloten om het er toch maar op te wagen. Even later reden we naar Sabo. Nog geen 12 uur naar dat we aangekomen waren kopte Riemer le Sjeu de Twa in, even later gevolgd door Robin. Het was lekker warm en droog en klimmen in driekwart broek en blote bast (voor de mannen) kon. Toen Riemer in de laatste pas van andere boulder hing begon het te regenen. Na wat geklap op de inmiddels natte bovenkant stortte hij naar beneden en pakte we in. Rond een uur of 4 waren we terug op de camping, waar het in middels weer droog was. De tent van Robin en Riemer stond scheef, die van mij in een kuil vol water. De tenten en een party-tent-achtig-iets fatsoenlijk opzetten en op zoek naar een warme douche. Dat bleek er nog niet, aangezien de camping officieel nog niet open was. Na een gesprek met de campingbaas kregen we de sleutel van onze privé-camping en zou hij zorgen voor een warme douche. Een lekker bord spaghetti met saus en er was een warme douche. Warm kropen we in de slaapzak, terwijl het buiten weer regende.
Vrijdag was het droog, maar koud. Even naar de bakker, ontbijtje en inpakken. Nadat Riemer de sleutel van de camping had terug gevonden die ik was kwijtgeraakt (Riemer: 'Het is net CSI.') reden we naar Quvjé. Robin vloog le Abetwaar in, Riemer le Karnage en ik werd Cortomalthese in gestuurd. Onze vingers en spieren slopend hadden we een toffe dag. Nadat ik Marie Rose geklommen had en Riemer en Robin wat pogingen in L'Helicoptere hadden gedaan waren we allemaal moe en besloten naar Antreblok te rijden voor 'zaken'. De Tomtom stuurde ons 6 km de verkeerde kant op, wat heel wat was in een overvol Parijs. Na wat gevloek op de Tomtom kwamen we in Antreblok aan en bleek dat het 'kantoor' was verhuisd naar andere plek in Parijs, een kilometertje verder op. In de winkel waren de broeken die Robin nodig nog, maar we gingen toch langs het nieuwe kantoor om gedag te zeggen. Na in een kwartier 250 meter vooruit te zijn gekomen parkeerde Robin de auto en liepen we verder. Natuurlijk konden we het niet vinden, ondanks de Tomtom die nog steeds uit de rugzak riep dat we rechts aan moesten houden. We kwamen om half zes aan in het nieuwe kantoor van Nograd. Robin werd meteen enthousiast bij het zien van de nieuwe collectie en bestelde een vracht spullen. Een dik uur later stonden we weer buiten. Op een suïcide manier door het verkeer zigzaggend gingen we terug naar de auto. Twee uur later waren we weer op de camping en een uur later zaten we aan een bord tortollini met de laatste biertjes uit een pak van 20...Om half twaalf was het toch wel erg koud geworden en kropen we in de slaapzak.
Zaterdagochtend werden we opnieuw wakker op een zonnige dag. Het eerste plan was om naar Kans o Mersjee te rijden, maar toen we onderweg langs Kwisienjere kwamen zijn we daar gaan boulderen. Een paar diepe plassen en heel wat modder later stonden we voor de boulders. Ons oog viel op de boulder Bietel Djoez. Een mooi dak, wat droog was. Alle passen apart voelde niet te hard, maar achter elkaar werd een ander verhaal. Daarom gingen we door naar Ekskelibur die we even later alle drie via de rechterkant klommen. Na dat Riemer drie keer uit de laatste pas van Bietel Djoez viel zijn we door gegaan naar Kans o Mersjee, waar Govert en Bob waren. Nog een beetje gespeeld en daarna een kijkje gaan nemen in Drei Sinnen, maar we waren zo stuk dat er niet echt meer iets geprobeerd is. Om zeven uur hebben we gedag gezegd tegen Govert en Bob en zij we langs de Carrefoer gegaan om nog een paar boodschappen te doen.
Een ijskraam konden we niet links laten liggen en zo hadden we even later helemaal geen honger meer. Na de boodschappen gedaan te hebben zijn we terug gaan naar de camping. Terwijl Robin onder een warme douche stond maakte Riemer en ik een het avondeten. Samen met wat biertjes was dit om half negen op. Een uur later lagen we op een crashpad en in een lekker warme slaapzak.
De volgende dag was al weer zon. Het zou er wel aan liggen dat het franse weersvoorspellingen waren... Buutjé stond op het programma voor de zondag. Robin maakte het Riemer weer eens makkelijk een cd uit te zoeken door met 80km per uur door een rotonde te vliegen ('hee, gvd, hou daar eens mee op!'). In Buutjé vonden we een mooi dakje, aan de rand van het gebied, met de naam Musclor. Het was even puzzelen hoe alle passen moesten, maar na een uurtje klom Riemer hem uit. Voor Robin een serieuse poging kon die kwam Bob er aan gestuiterd, even later gevolgd door Govert. Terwijl Robin nog even verder probeerde reden Govert, Bob en ik verder naar het volgende gebied, Buutjé Piscine. Govert gaf een korte rondleiding, onder andere langs le Kokinelle, zijn eerste 7c+. Even later kwamen Robin en Riemer er bij en zijn we met zijn vijven naar een mooie hoge boulder gegaan, waar Jan-Willem Elting lang in bezig is geweest. Toen we er zelf niet uitkwamen hebben we hem gebeld. Daarna kwamen we verder maar het bleek toch te moeilijk voor ons. Robin wilde het graag nog even van boven zien. Er op was een probleem, maar er af een nog groter. Een paar spannende momenten later en hij stond weer op de grond. Daarna zijn we door gegaan naar Le Mono. Een mooie boulder, maar onze spieren en huid bleek te ver door te zijn, ook na een kop koffie bij het cafeetje verder op. We hebben kort door een gebied aan de overkant gelopen en wat mooie boulders gezien, maar we waren te op om nog wat te proberen. Ons laatste avondmaal bestond uit nasi, met alle resten die we over hadden (het bier dus moest dus ook op). Rond middernacht sliepen we.
De volgende dag besloten we eerste de tenten te laten drogen terwijl we nog even gingen boulderen. Tijdens ons ontbijt werd er achter ons een stukje beton weg gesloopt op 'cowboy-achtige wijze'. Na per ongeluk het een stuk van het perkje er uit gesloopt te hebben lieten ze zich niet meer 'beperken door het perkje' en even later waren we dus goed wakker. Om tien uur stonden we voor Bietel Djoez, die Riemer in de eerste poging nu uit klom. Zo stonden we om elf uur in Quvjé. Daar probeerde Robin Abetwaar en ik Cortomalthese, maar we waren te gesloopt van vijf dagen boulderen dat het allemaal niet meer ging, dus gingen we om een uur terug naar de camping, en stonden we om twee uur ingepakt achter het hek. Acht uur, heel veel zon, negen verschillende gebieden en veel meer boulders, spannende en leerzame momenten, een bezoek aan Antreblok en de Carrefour, 50 biertjes, flinke snelheden over de landweggetjes van Bleau met Rammstein en heel veel gezelligheid later reden we Groningen binnen, onze gedachtes in Frankrijk achterlatend.
Het was weer een tof weekend, waar we ons niet in konden houden en gesloopt en brak van zijn terug gekeerd. Een grote les voor iedereen die altijd wel naar Bleau wil: Weersverwachtingen zeggen niet zo veel...