Klimmen is als sport uitermate geschikt voor de moderne vrouw. Je kan zelf je trainingen inplannen en hoeft niet op onmogelijke tijden op te komen dagen. Je kan je eigen klimmaatjes uitzoeken en hoeft niet met een stel koeien op het grasveld rond te hobbelen. Je mag je eigen sportkleding uitzoeken en hoeft er niet uit te zien als de vlag op het modderschip van de club. Doordat er gemengd gesport wordt kan je met een beetje geluk ook nog wat mooie mannenlijven bewonderen en met een beetje pech kan je de ‘wie heeft de strakste legging’- verkiezing houden. In ieder geval vermakelijk. Er is dan ook geen gebrek aan vrouwen in de klimhal. Hoewel er, zoals bij veel sporten, meer mannen zijn dan vrouwen, nemen vrouwen toch duidelijk hun plaats in in de klimhal. Er is echter één vraag die mij al tijden bezig houdt; waar o waar zijn de vrouwen in het boulderhok?
Het is niet zo dat er helemaal geen vrouwen boulderen, maar vaak blijft het beperkt tot vrouwen die al veel klimmen en boven een bepaald routeniveau klimmen. Hoewel een evenement als de BBX ieder jaar (ook dit jaar weer, zaterdag 1 juli!) in Bjoeks ook weer vrouwen inspireert om aan de buitenkant van de klimhal te boulderen, blijven ze in de winter toch weg uit het knusse boulderhol. Waarom boulderen ze niet en waarom zouden ze eigenlijk wèl moeten boulderen?
In de eerste plaats is boulderen veel geschikter om jezelf sociaal gunstig te positioneren. Hoewel je tijdens het klimmen ook de helft van de tijd niks aan het doen bent en rustig kan kletsen, zit je dan nog altijd aan een touwtje vast. Het lot bepaald wanneer en met wie je kan praten. Ben je daarentegen aan het boulderen, ben je vrij als een vogel om door de hal te dartelen en te praten met wie en wanneer je maar wilt. Een tweede punt is, en dit hebben de mannen om één of andere reden beter begrepen dan de vrouwen (de reden laat zich overigens makkelijk raden), een gordel is niet cool! Toegegeven, een mooie dame in een tuigje kan heel prikkelend zijn voor de fantasie, maar wanneer er spanning op de gordel komt te staan (je moet toch een keer naar beneden) leidt dit meestal tot minder fraaie taferelen. Bij het boulderen hoeft geen gordel aangetrokken te worden en hoeft de outfit niet op dit niet zo modieuze artikel aangepast te worden.
Hoewel veel vrouwen deze voorgaande punten belangrijk vinden, hebben ze toch nog altijd bezwaren tegen een avondje boulderen.
“Ik ben niet sterk genoeg.”
“Ik moet aan mijn duur werken.”
“Ik weet geen boulders.”
“Ik wil me niet blesseren.”
“Ik vind het gewoon niet leuk.”
“Mijn vriendinnen doen het ook niet.”
“Er zitten altijd van die enge mannen in het boulderhok.”
“Ik ben niet sterk genoeg.”
Goed, om dit argument te weerleggen zullen we het even over de basisbeginselen van training hebben. Het doel van trainen is beter worden. Je klimniveau is afhankelijk van een aantal aspecten, meestal genoemd als het drietal van kracht, duur en techniek (hierbij is techniek een samenvattende naam voor heel veel verschillende zaken als coördinatie, balans, route-inzicht etc, etc). Meestal is één van deze drie aspecten je ‘zwakke’ punt. Stel dat dit kracht is, niet bepaald moeilijk voor te stellen voor een vrouw, dan kan je, om beter te worden, het best:
- a) Aan je duur gaan werken
- b) Techniekles nemen
- c) Sterker worden
Heb je niet voor antwoord c) gekozen, dan kan het nuttig zijn om je eerst eens wat meer te verdiepen in trainingsliteratuur voor de beginnende klimmer.
Het is niet zo dat vrouwen niet zelf tot deze conclusie komen. Optrekken, opdrukken, buikspieroefeningen en andere fitnessbewegingen worden vaak gebruikt om aan kracht te werken. Het probleem met deze oefeningen is dat ze bepaalde spiergroepen isoleren en bij het klimmen moet je al je spiergroepen tegelijk gebruiken. Je armen kunnen dan wel sterk genoeg zijn om hoger te komen, je buikspieren moeten ook sterk genoeg zijn om ondertussen je voet op de tree te kunnen houden. De beste manier om je spiergroepen in verhouding voor het klimmen te trainen, is door te klimmen. En de beste manier van klimmen om sterker te worden is boulderen….
Het is overigens grote onzin dat het bij boulderen alleen om kracht gaat. Het klimniveau van een route, net als het klimniveau van jezelf, hangt weer af van de grote drie; kracht, duur en techniek. Wanneer een route van een bepaald niveau wat minder van het één heeft, moet de route compenseren op de andere twee punten. Een 5c in een hoge overhangende wand kost relatief veel duur en zal veel minder technisch zijn dan een 5c op een korte rechte wand.
- HET ENIGE WAT EEN BOULDER MIST IS LENGTE!
- TECHNIEK IS MEER DAN ALLEEN OP JE VOETEN STAAN IN DE LIGGENDE WAND!
Wat je veel ziet bij vrouwen (en mannen!) die moeite hebben met het klimmen in de overhang, is dat ze niet alleen gebrek aan kracht hebben, maar dat ze gewoon ook de overhangtechniek nog niet onder de knie hebben. Dit is helemaal niet erg, het is gewoon trainbaar. Het probleem is dat klimmen in de overhang vermoeiend is en het daardoor veel meer moeite kost om overhang technieken te trainen dan bijvoorbeeld technieken voor de liggende wand. Hier is een goede oplossing voor: GAAT HEEN EN BOULDER. De bewegingen blijven vermoeiend, maar rust is een belangrijk deel van een bouldertraining. Daar komt nog bij dat je je niet hoeft te schamen omdat je touwen urenlang bezet houdt, je
niet bang hoeft te zijn voor een botsing in mid-air iedere keer als je uit de beweging valt en je geen megafoon nodig hebt om de bewegingen te analyseren met andere klimmers.
ERGO, wie niet sterk is moet boulderen!
“Ik moet aan mijn duur werken”
Als duur écht je zwakke punt is dan klopt het dat je dat moet trainen (overigens geen reden om niet ondertussen aan je kracht te blijven werken). Maar lieve vrouwen, geloven jullie dit zelf? Toegegeven ik ken wel vrouwen waarbij kracht niet het zwakke punt is, maar wie had het ooit kunnen raden; deze vrouwen boulderen vrijwel allemaal! Dit betekent niet dat ze alleen maar boulderen, maar wel dat ze regelmatig een deel van hun training aan boulderen besteden.
En dan nog een geheimpje, kracht kan wel duur (en techniek) compenseren, maar niet andersom! Hoe zit dit?
De bottom-line om een beweging te maken zit in je kracht. Je kan nog zo veel duur hebben en nog zo technisch zijn, maar ben je niet sterk genoeg dan gaat het niet gebeuren. Dit betekent niet dat techniek en duur niet belangrijk zijn. Deze factoren bepalen wat je uiteindelijk met je kracht kan bereiken. Zoals Riemer reeds heeft gezegd in Ook Wie Sterk Is: “Je lichaam is misschien een formule 1 wagen, je moet er ook in kunnen rijden”. Vrouwen zijn vaak noodgedwongen veel beter in staat de kracht díe ze hebben om te zetten in bewegingen. Dit is waarom er vaak gezegd wordt dat vrouwen technischer klimmen. Mannen zijn hierdoor snel beledigd omdat ze de uitspraak als absoluut opvatten, vrouwen zouden in het algemeen technischer klimmen dan mannen. Dit is een dubieus punt (hoewel ik denk dat het klopt), maar vrij zeker is toch dat de meeste vrouwen in verhouding tot hun kracht meer techniek gebruiken dan dat de meeste mannen techniek gebruiken in verhouding tot hun kracht.
De meeste beginnende klimmers bereiken na een poosje te hebben geklommen een dood punt, een moment waarop ze geen vooruitgang lijken te kunnen boeken (komt vanzelf weer hoor!). Bij vrouwen ligt dit eerste dode punt vaak op het moment waarop ze niet sterk genoeg meer zijn om verder te komen. Bij mannen ligt dit eerste dode punt vaak op het punt waarbij ze meer techniek nodig hebben om hun kracht beter te kunnen gebruiken. (Dit is gebaseerd op persoonlijke observaties in de klimhal in de afgelopen acht jaar. Er zijn ook wel mannen en vrouwen die in de andere groep zijn in te delen). Dit dode punt is voor de beginnende klimmer vaak een goed moment om te beginnen met boulderen. Voor de vrouwen om sterker te worden en voor mannen om hun kracht beter te leren gebruiken.
Oftewel, voor de meeste (nog niet boulderende) vrouwen geldt; duur is niet je zwakste punt.
“Ik weet geen leuke boulders”
Dat klopt, om te beginnen met boulderen moet je eerst boulders verzinnen. Dit is niet altijd even makkelijk. Maar als mannen het kunnen, dan zou het voor vrouwen (die zijn toch zo creatief?) geen probleem moeten zijn om hun fantasie te laten spreken. Een paar tips:
Scannen
Er zullen in het begin veel grepen zijn waar je helemaal niks mee kan. Probeer het boulderhok te scannen voor die grepen waar je wel wat mee kan en gebruik ze als basis om een boulder mee te maken. Laat je niet overdonderen door wat je niet kan gebruiken, maar concentreer je op wat je wel kan!
Zonder voeten
Nee, dit betekent niet dat je zonder voeten omhoog moet komen. Boulderaars met wat meer ervaring bedenken vaak boulders waarbij ook vastligt waar je je voeten neer mag zetten. Dit is geen verplichting! Concentreer je eerst op het handwerk en zet die voeten neer waar het uitkomt. Kan je je boulder makkelijk, probeer dan ook het voetwerk vast te leggen.
Van boven naar onder
Uiteindelijk moet je boven komen. Het kan makkelijker zijn om te beginnen met een eindpas (vanaf welke greep wil ik bij de rand komen?) en zo terug te werken. Zo voorkom je ook dat je een mooie boulder hebt zonder eindpas.
Dat is een coole pas!
Soms zie je het gewoon, een hele mooie beweging. Neem die beweging en maak er een begin naar toe en een eind aan vast.
Anderen
Soms zijn er andere mensen die je boulders laten zien om te proberen. Dit kan heel deprimerend zijn omdat je wel eens geconfronteerd wordt met het feit dat zij iets een makkelijk bouldertje vinden en jij je kont niet van de mat krijgt. Niets van aantrekken! Boulderaars zijn vaak heel lief en proberen behulpzaam te zijn, maar ze zijn meestal niet goed in het bedenken van boulders voor beginners. Dit betekent niet dat je ze op voorhand moet afwijzen, soms zit er wel iets goeds tussen. Bovendien kan iets wat te moeilijk is wel bewegingen hebben die je wel kan. Hier kan je dan weer een andere boulder mee maken. Soms is het ook al genoeg om de treden aan te passen of ergens een andere greep vast te houden.
Af en toe laten anderen boulders zien die je niet zo leuk vindt. Dan doe je de boulder niet. Ook boulderen is een kwestie van smaak. Vooral als je als beginner er nog in moet komen en is het beter die boulders te doen die jij leuk vindt. Wanneer je wat verder bent, is het echter vaak ook goed om boulders te doen die je zelf niet zou verzinnen. Op die manier werk je beter aan je zwakke punten.
Extra grepen
Niet alle schroefgaten in het boulderhok zijn bezet. Vaak is het ook mogelijk om wat extra (grote) grepen in het boulderhok te plaatsen. Overleg hiervoor wel met het dienstdoende personeel.
“Ik wil me niet blesseren.”
Niemand wil zich blesseren en toch boulderen er mensen. Het is schijnbaar mogelijk om te boulderen zonder meteen al je banden en pezen de vernieling in te helpen. Desondanks is het waarschijnlijk wel zo dat je je bij het boulderen iets sneller kan blesseren dan tijdens het klimmen. Dit heeft echter vooral te maken met je eigen instelling. Een aantal tips:
Warm goed op!
Dit is een belangrijk onderdeel van elke sport, maar het valt me iedere keer op hoe slecht klimmers hier in zijn. Ga traverseren, doe een aantal boulders die je makkelijk kan of begin met het klimmen van een aantal routes. Jan Willem geeft in zijn artikel When it hurts aan dat goed opwarmen betekent dat je met elke hand minstens vijftig klimbewegingen maakt.
Neem genoeg rust
Boulderen is rusten. Zoals Govert al opmerkt in How to get good, “Je kan niet overtrained zijn alleen maar ‘underrested’. Je moet niet alleen rusten tussen de verschillende bouldersessies door, maar ook tijdens het boulderen. Wanneer je niet genoeg rust neemt wordt niet alleen de kans kleiner dat je ook daadwerkelijk wat presteert, maar wordt de kans ook vooral veel groter dat je je blesseert. Leer goed naar je lichaam te luisteren.
Doe wat je kan
Dit sluit goed aan op het nemen van rust. Luister naar je lichaam, de ene week gaat het beter dan de andere. Probeer het presteren niet te forceren als het een keer niet wil. Dan ga je lekker boulders doen die je wel kan. Of je goed getrained hebt hangt niet af van wat je hebt gedaan, maar hoe je je fysiek hebt ingezet. Mijn motto; ben je moe? Dan heb je goed getrained.
Laat je niet opfokken (misschien meer voor mannen)
Soms kunnen anderen dingen die jij niet kan. NOU EN! Ga niet aan die mono trekken als je weet dat je dit eigenlijk niet moet doen. Verrop je schouder niet in die boulder om te laten zien dat jij het ook kan.
Het is goed dat je erop let dat je geen blessures krijgt, maar als je vooruitgang wilt blijven boeken is niet boulderen uiteindelijk net zo hinderend als een blessure.
“Mijn vriendinnen doen het ook niet.”
Oplossing 1: Je overtuigd ze mee te doen en jullie gaan gezellig met z’n allen boulderen. Je kan de avond aanvullen door bijvoorbeeld met zijn allen vooral te eten en achteraf een chick-flick te huren.
Oplossing 2: Je bouldert lekker zonder je vriendinnen en wanneer ze zien hoeveel beter je klimt willen ze vanzelf meedoen.
“Ik vind het gewoon niet leuk.”
Niemand zegt dat je iets moet doen wat je niet leuk vindt. Sterker nog, als je het echt niet leuk vindt, blijf dan alsjeblieft weg uit het boulderhok. Zeurende vrouwen is het laatste waar we op zitten te wachten. Maar ik spreek uit ervaring wanneer ik zeg: boulderen is voor veel mensen zoiets als het eten van olijven. Je moet er even aan wennen, maar ik weet wel hoe snel die bakjes leeg zijn op feestjes.
“Er zitten altijd van die enge mannen in het boulderhok.”
Tja, wat kan ik daar op zeggen. Dat klopt.
Ter afsluiting
Boulderen is inderdaad zwaar als je nog niet zo sterk bent en het is niet altijd even leuk om iets te gaan doen waar je nog niet zo goed in bent. Helemaal niet als dat in plaats van iets anders komt wat wel goed gaat. Echter ik denk dat het volgende belangrijk is(en niet alleen voor klimmen); probeer nieuwe dingen te blijven doen, verbreed je blik en blijf jezelf uitdagen. Naar een oude Oosterse wijsheid: “Wie zichzelf overwint is sterker dan een duizend legers.”