Het sportklimgevoel in de verdon
Met een suffe kop rijden wij door de mistige slierten die over de weg naar ‘Point Sublime’ hangen. Eigenlijk ben ik nog te slaperig om gestructureerd te denken, maar toch probeer ik het: “Orageux l’après midi et beaucoup de nuages” was de weersvoorspelling voor vandaag, althans volgens het ‘Bureau des guides’ in La Palud. Terwijl ik me afvraag hoe reëel de kans op onweer vandaag is, word ik plotseling onderbroken door een stem die uit de richting van de ‘drivers seat’ komt: “Jan-Willem, hebben jullie eigenlijk wel een foto-toestel meegenomen?”
Ik kijk richting achterbank alwaar Ad in uitgezakt profiel wat voor zich uit aan het staren is. Aan zijn kop kan ik zien dat hij de vraag niet heeft meegekregen en waarschijnlijk is hij ook niet snel in ‘vlotte communicatie-mode’ te krijgen. “Is natuurlijk ook niet zo vreemd”, denk ik bij mezelf, we zijn tenslotte in de Verdon: de hitte, de loomheid, de overvloedige drank, het relaxte tempootje, het siësta houden, het op en neer liften naar het ‘Lac de St.Croix’, het waterfiets-boulderen, het schoonspringen van de brug, de copulerende honden op de klimmerscamping die je ’s nachts wakker houden met hun orgastisch gehuil, kortom:
‘Het zomerse leven in de Verdon” …en daar past natuurlijk het vroege opstaan eigenlijk niet in.
Plotseling trekt Igor zijn conclusie: “Stelletje gekken, zoiets vergeet je toch niet!” Ik vergeef hem omdat hij bereid is om ons op dit vroege tijdstip (8.15) naar de bodem van de Gorges te rijden. Next thing I know staan we voor de ingang van “Les tunnels de Sentier Martel” en de koele lucht die ons tegemoet stroomt is ronduit verkwikkend te noemen. De mist hangt nog steeds laag, zodat we het mooie uitzicht moeten missen. Na een half uur lopen met onze hoofdlampen op staan we plotseling aan de andere kant van de tunnels, aan het begin van de Gorges. Nu begint het zoeken naar het begin van de route die we vandaag willen doen: ‘Ula’, één van de grote klassiekers in de Verdon, tevens één van de weinige routes die vanaf Sentier Martel (het wandelpad dat door de Gorges heen loopt) te bereiken is. TD+, 300 meter lang, continu 6a met één lengte 6b, ‘coincouers nécessaire’ en friends voor ‘off width’ stond er in de topo. Terwijl we verder de Gorges in lopen kijk ik omhoog. Daar loopt ‘Pour un poignée de gos lards’ in de sector ‘La Derobée’, en mijn gedachten dwalen af naar vroegere tjden: Bivak met kampvuurtje en barbecue op de bodem van de Gorges, een ‘maatje pink’-ochtend-duik in het koude water van de Verdon (hiervan zijn interessante foto’s bij mij te verkrijgen à fl. 50,- per stuk) om vervolgens omhoog te klimmen uit de Gorges (met dank aan gebr. Cornelissen en J. Peringa).
We lopen nog een stuk door en vinden zonder probleem het begin van de route. Een hele zorg minder. We zijn nu, in vaktermen, ‘right on time, right on schedule’. De eerste twee lengtes klimmen we zonder problemen. Dan komt een bagger stuk waarbij eerst 15 meter naar links en later weer 20 meter naar rechts door bebost/bestruikt terrein geklommen moet worden. Dit werkt natuurlijk op Ad zijn darmen die dan ook acuut uit de broek moet. Terwijl onzalige dampen de natuur bevuilen kijk ik omhoog naar de wolken die mij niet geheel gerust stellen. Toch besluiten we om door te gaan. Vanaf nu begint het echte werk: boven ons doemt een enorme hoekversnijding op die slechts spaarzaam behaakt lijkt te zijn. Met een assortiment nuts en friends aan de gordel (met dank aan Gert van der V.) ga ik de vierde touwlengte te lijf. De eerste friend die ik wil leggen (wanneer ik ongeveer zes meter boven de laatste haak sta, en nog vier meter moet naar een vaag uitziende schlinge), blijkt het niet te trekken: de opspan draadjes knappen…. Shit, dit was die mooie, grote friend van Gert! In mijn gestressedheid verval ik in Anglo-Saksisch taalgebruik: “Fuck man, dit is full fuckin’ alpine!”, schreeuw ik naar Ad. Gestressed klim ik maar snel door en gelukkig zijn de volgende meters makkelijker dan ze eruit zien. Het blijkt later typisch voor deze route: spreiden en soms piazzen aan soms behoorlijk afgespekte grepen, maar altijd ruwe treden. Gewoon doorgaan, dan komt de volgende goede greep wel weer. Ook de afzekering is redelijk te noemen. Soms wel haakafstanden van acht tot tien meter, maar als het echt moeilijk wordt, zit er altijd wel een haak of een schlinge. Bovendien zijn de kleine friends en grote nuts hier goed te leggen.
“Ad, hoe laat is het?” 14.30, shit, dat is ook niet eerlijk. Normaal begint het onweer pas rond 17.30, 18.00. Zo snel mogelijk klim ik de volgende 6a-lengt en als ik aankom op het relais is het onweer miraculeus genoeg opgehouden. Nu nog de laatste lengte. Terwijl ik de helm op m’n hoofd gedrukt krijg, kijk ik nog even omhoog om te zien waar we langs moeten. Een schuivend gevoel langs m’n hoofd en voordat ik het door heb, valt de helm geruisloos en zonder de wand te raken 270 meter naar beneden (hetgeen de helmscore op drie bracht voor deze vakantie). Na deze laatste tegenslag staan we binnen een half uur op de top. Een horloge-check wijst uit dat we er zes uur en een kwartier over hebben gedaan. Not bad, bij een gidsjes-tijd van zes uur! Zelfvoldaan lopen we over de rand van de Gorges terug naar de Belvédère de Carelle alwaar de anderen (Tessel, Ellen, Jacqueline, Peter, Marc, Igor enJan) nog steeds aan het klimmen zijn.
Om zes uur breekt het definitieve onweer los. Hagelstenen zo groot als knikkers. Maar dan zijn wij natuurlijk al lang veilig terug onder het afdak op de camping. Met de eerste drie pilsjes alweer achter de kiezen voelt het allemaal goed aan. Behoudens een flits of tien, wat gedonder en vijf minuten regen, heeft het weer zich net als de vorige drie dagen gedragen: toenemende bewolking en vanaf 17.30 onweer. Klimtechnisch verliep het allemaal voorspoedig en we hebben goed tempo kunnen maken. Ach ja, als het weer heel mooi was geweest, waren we de route uitgebrand (normaal in dit jaargetijde in de Verdon). Nu hebben we tenminste in alle koelte kunnen klimmen!
Jan-Willem Elting 1996
|
||